Kengetallen
Het jaar 2023 wordt afgesloten met een negatief resultaat van € 848.000, over dit kalenderjaar was een negatief resultaat begroot van € 373.000. De afwijking van € 475.000 is 1.4% van de totale baten.
Een verklaring van de grootste afwijkingen ten opzichte van de begroting wordt later in dit verslag toegelicht. De toename bij de verschillende personele voorzieningen was niet of maar gedeeltelijk begroot. Het negatieve effect hiervan op het resultaat is € 324.000.
| Kengetal | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | Inspectie van het onderwijs |
| Bovenmatig eigen vermogen | 0,89 | 0,75 | 0,73 | 0,80 | > 1,0 |
| Solvabiliteit 2 | 70% | 66% | 63% | 61% | > 30% |
| Current ratio | 1,7 | 1,4 | 1,3 | 1,3 | < 0,50 |
| Liquide middelen x 1.000 | 5.454 | 4.767 | 4.310 | 4.498 | > 100 |
| Huisvestingsratio | 0,05 | 0,05 | 0,05 | 0,05 | > 0,1 |
| Weerstandsvermogen | 21% | 17% | 16% | 16% | < 5% |
| Rentabiliteit | -0,03 | -0,03 | -0,01 | 0,00 | n.v.t. |
| Personele lasten / totale lasten | 87,3% | 86,2% | 84,9% | 83,8 | n.v.t. |
Voor de beoordeling van de financiële positie hanteert Veldvest de signaleringswaarde van de Inspectie van het Onderwijs. Deze waarden zijn nadrukkelijk geen normen. Zij dienen als detectiemiddel van mogelijke problemen. De verhoudingen op de balans geven een financieel gezonde organisatie weer. De inzet van het vermogen, de reserves, wordt jaarlijks beoordeeld tijdens het samenstellen van de meerjarenbegroting om zo de financiële continuïteit te blijven waarborgen. Daarnaast maakt Veldvest gebruik van interne kengetallen en normen, zoals de verhouding tussen de personale lasten ten opzichte van de totale baten. In 2024 vormen de bijgestelde risicoanalyse en meerjarenbegroting input voor het herzien van de vermogensvisie van Veldvest.
In juni 2020 lanceerde het Ministerie van OCW een nieuwe signaleringswaarde voor reserves bij onderwijsinstellingen. De Inspectie van het Onderwijs heeft op verzoek van de onderwijsministers een formule ontwikkeld voor de berekening van een signaleringswaarde voor de bovengrens van de reservepositie. Ook hier benadrukt de Inspectie van het Onderwijs dat deze signaleringswaarde geen norm is maar een startpunt voor een gesprek. Wanneer een onderwijsinstelling bovenmatig eigen vermogen heeft, een hogere waarde dan 1, moet het bestuur in samenspraak met het intern toezichthoudend orgaan en medezeggenschapsraad bepalen welk deel aangewend gaat worden voor onderwijs, ofwel een bestedingsplan. Dit bestedingsplan is bij Veldvest al jaren verankerd in de meerjarenbegroting en de diverse bestemmingsreserves.
Over 2023 heeft Veldvest geen bovenmatig eigen vermogen, de signaleringswaarde is 0,89. Er zijn meerdere variabelen die invloed hebben op de signaleringswaarde. Zo is de aanschafwaarde van de gebouwen en terreinen en de boekwaarde van de materiële vaste activa van belang. In 2023 is dit kengetal door het negatieve exploitatieresultaat lager dan 1,0. Vanaf 2024 is een andere berekeningssystematiek van toepassing voor het bepalen van de voorziening onderhoud. Voor Veldvest heeft dit gevolgen voor de vermogenspositie, een grote verschuiving vindt plaats aan de passivazijde van de balans. Een deel van het eigen vermogen wordt toegevoegd aan de voorziening onderhoud. Hierdoor daalt het eigen vermogen en daardoor daalt ook de signaleringswaarde bovenmatig eigen vermogen met ongeveer 0,25.
Balans
Balans
| 31-12-2023 | 31-12-2022 | |
| Activa | ||
| Materiële vaste activa | € 6.171.00 | € 5.508.000 |
| Vorderingen | € 827.000 | € 497.000 |
| Liquide middelen | € 5.454.000 | € 6.802.000 |
| Totaal activa | € 12.452.000 | € 12.807.000 |
| Passiva | ||
| Eigen vermogen | € 6.898.000 | € 7.746.000 |
| Voorzieningen | € 1.807.000 | € 2.110.000 |
| Kortlopende schulden | € 3.747.000 | € 2.951.000 |
| Totaal passiva | € 12.452.000 | € 12.807.000 |
Materiële vaste activa
In 2023 is € 1.580.000 geïnvesteerd in materiële vaste activa. Naast reguliere investeringen zoals leermiddelen en meubilair, is geïnvesteerd in de aankoop van het pand waar het stafbureau is gevestigd voor € 442.000. Aan tablets/chromebooks en ICT is ruim € 318.000 geïnvesteerd. Daarnaast is er op een locatie een herinrichting van de aula en kantoren uitgevoerd, hiervoor is ruim € 106.000 uitgegeven.
De investeringen, die door Veldvest worden gedaan, gebeuren altijd in het perspectief van de meerjarenbegroting. Deze wordt jaarlijks, voor een volgende periode van vier schooljaren vastgesteld. Voor de te verwachten toekomstige investeringen wordt verwezen naar de continuïteitsparagraaf.
Tot € 5.000 kunnen de directies van de scholen investeringsuitgaven doen, mits opgenomen in de begroting. Uitgaven van € 5.000 of meer behoeven altijd de goedkeuring van het bestuur. Deze goedkeuring wordt door een bestuursbesluit bekrachtigd. Dit geldt zowel voor investeringen in materiële vaste activa als voor uitgaven in het kader van het groot onderhoud.
Vorderingen
De vorderingen zijn eind 2023 € 330.000 hoger dan de stand per eind 2022. Deze stijging komt onder andere door afrekeningen van de MFA’s en verbrede scholen die hoger zijn dan voorgaand jaar door de toegenomen huisvestingslasten en de verlate afrekeningen die in 2024 zijn ontvangen van DVEP.
Eigen vermogen
Het eigen vermogen per 31 december 2023 bestaat uit de algemene reserve en bestemmingsreserves.
| Stand per 1-1-2023 | Resultaat | Overige mutaties | Stand per 31-12-2023 | |
| Eigen vermogen | ||||
| Algemene reserve | € 5.007.000 | € -475.000 | - | € 4.532.000 |
| Bestemmingsreserve (publiek): | ||||
| Personele fricties | € 379.000 | € -288.000 | - | € 91.000 |
| Passend Onderwijs | € 233.000 | € -80.000 | - | € 153.000 |
| Verduurzaming | € 288.000 | - | - | € 288.000 |
| Representatie en leefbaarheid | € 56.000 | € -5.000 | - | € 51.000 |
| NPO gelden | € 1.783.000 | - | - | € 1.783.000 |
| Totaal bestemmingsreserve | € 2.739.000 | € 373.000 | - | € 2.366.000 |
| Totaal Eigen vermogen | € 7.746.000 | € 848.000 | - | € 6.898.000 |
De algemene reserve bestaat uit middelen die voor Veldvest vrij aanwendbaar zijn voor onder andere nieuw beleid en risicomanagement. Een deel van de algemene reserve is benodigd voor de financiële bufferfunctie. Deze is conform de toetsing van de financiële positie eerder vastgesteld op bijna € 1.200.000. In 2024 wordt de bufferfunctie opnieuw beoordeeld, mede door de nieuwe systematiek voor de berekening voorziening onderhoud en een geactualiseerde risicoanalyse.
De gevormde bestemmingsreserves bestaan tevens uit vrij aanwendbare middelen. Veldvest heeft deze middelen geoormerkt voor de hieronder beschreven doelen. Jaarlijks, gedurende het traject van het opstellen van de meerjarenbegroting worden de doelen, geplande onttrekkingen, eventuele toevoegingen opnieuw beoordeeld. In totaal is middels de resultaatbestemming € 373.000 onttrokken aan de bestemmingsreserves.
De bestemmingsreserve personele fricties wordt aangewend indien na vaststellen van de begroting strategische interventies, bijvoorbeeld in de groepssamenstelling, aanpassingen nodig zijn in de personele inzet die niet gecompenseerd worden door hogere baten of andere financiële meevallers. Voor 2023 is dit van toepassing op het vormen van de voorziening voor langdurig zieken. Daarnaast worden de investeringen in zij-instromers ten laste van deze bestemmingsreserves gebracht.
De bestemmingsreserve Passend Onderwijs was oorspronkelijk gevormd om de landelijke verevening in de bekostiging op te vangen. Deze landelijke verevening is inmiddels gerealiseerd. Daarnaast is er in 2020 gestart met het project sbo-so en uitgebreid met een 2e groep in 2021. De extra kosten en/of impuls in (toekomstig) beleid wordt ten laste van de bestemmingsreserve gevormd. In 2023 wordt er € 80.000 onttrokken van de bestemmingsreserve.
De bestemmingsreserve verduurzaming is gevormd om de (afschrijvings)kosten op te vangen van verduurzamingsmaatregelen die niet in meerjarige onderhoudsplannen (voorziening groot onderhoud) zijn opgenomen. Daarnaast staat in het IHP van de gemeente Veldhoven beschreven dat een schoolbestuur mogelijk bijdraagt aan het verschil bij nieuwbouw tussen BENG en ENG. Volgens de huidige wet-en regelgeving kan Veldvest dit alleen bijdragen wanneer uit een businesscase een redelijke terugverdientijd blijkt.
Alle scholen hebben eind november 2019 en gedurende 2020 hun wensen omtrent representatie en leefbaarheid van de school opgesteld. In totaal wordt er in 2023 € 5.000 ten laste van de bestemmingsreserve gebracht. De plannen voor het laatste deel van dit project worden in het 1e halfjaar van 2024 gerealiseerd.
Het saldo van de niet bestede NPO gelden vormde de basis voor deze nieuwe bestemmingsreserve in 2021. Vooralsnog moeten de NPO gelden na afloop van het schooljaar 2024-2025 worden verantwoord. Over 2023 is administratief gezien het niet bestede saldo € 213.000. Doordat er nog te bestede middelen aanwezig zijn, is in 2023 sneller gekozen om bijvoorbeeld meer vervangingen in te zetten dan vooraf was afgesproken zodat er nagenoeg geen klassen thuis moesten blijven. Dit saldo is hoger dan € 213.000, maar door dit deel ten laste van de NPO gelden te brengen, wordt in 2023 geen saldo toegevoegd of onttrokken aan deze bestemmingsreserve.
Voorziening onderhoud
In 2023 is voor € 496.000 gedoteerd aan de voorziening voor groot onderhoud. Inmiddels is bekend dat vanaf 2024 de voorziening onderhoud op een andere wijze moet worden berekend. Dit resulteert in het verhogen van de voorziening ten laste van het eigen vermogen. Door middel van een stelselwijziging wordt dit in de jaarrekening 2024 verwerkt. Aan de voorziening werd in 2023 een bedrag van ruim € 1.183.000 onttrokken (in 2022 ruim € 528.000). In 2023 heeft de dakvervanging plaatsgevonden op bs. De Heiakcker en bs. De Rank. De vloeren van bs. St. Lambertus zijn vervangen. Daarnaast is op diverse scholen de verlichting vervangen door ledverlichting.
De stand van de voorziening groot onderhoud is per 31 december 2023 € 1.119.107, een daling van € 607.000 ten opzichte van 31 december 2022 (€ 1.725.772).
Aanvullende informatie over huisvesting is te vinden in de paragraaf huisvesting.
Voorziening jubilea
De voorziening is opgenomen tegen een vast bedrag per FTE op balansdatum, € 1.293. De werkelijke jubilea-uitkeringen worden ten laste van deze voorziening gebracht. In 2023 is een aanvullende dotatie nodig geweest om deze voorziening aan te vullen.
Voorziening langdurig zieken
De kortlopende schulden zijn ten opzichte van 2021 met ruim € 450.000 gestegen. Doordat de lonen en salarissen zijn gestegen in 2022 ten opzichte van 2021, zijn daarmee de nog te betalen bedragen aan loonheffing, vakantie-uitkering en de bindingstoelage gestegen.
Voorziening duurzame inzetbaarheid
Eind 2023 is een voorziening gevormd voor de toekomstige verplichting van de gespaarde uren voor duurzame inzetbaarheid.
Kortlopende schulden
De kortlopende schulden zijn ten opzichte van 2022 met ruim € 796.000 gestegen. Doordat de lonen en salarissen zijn gestegen in 2023 ten opzichte van 2022 zijn daarmee de nog te betalen bedragen aan loonheffing, vakantie-uitkering en de bindingstoelage gestegen. Ook is een reservering voor te veel ontvangen bekostiging opgenomen, omdat deze naar verwachting in 2024 wordt gecorrigeerd.
Staat van baten en lasten
| Realisatie 2023 | Begroting 2023 | Realisatie 2022 | |
| Baten | |||
| Rijksbijdragen ministerie OCW | € 32.962.000 | € 29.967.000 | € 30.631.000 |
| Overige overheidsbijdragen en -subsidies | € 49.000 |
€ 32.000 | € 51.000 |
| Overige baten | € 184.000 | € 167.000 | € 221.000 |
| Totaal baten | € 33.195.000 | € 30.166.000 | € 30.903.000 |
| Lasten | |||
| Personeelslasten | € 28.979.000 | € 25.675.000 | € 25.885.000 |
| Afschrijvingslasten | € 915.000 | € 991.000 | € 924.000 |
| Huisvestingslasten | € 1.803.000 | € 1.620.000 | € 1.548.000 |
| Overige lasten | € 2.379.000 | € 2.235.000 | € 2.180.000 |
| Totaal lasten | € 34.076.000 | € 30.521.000 | € 30.537.000 |
| Financiële baten en lasten | € 33.000 | € -18.000 | € -26.000 |
| Resultaat | € -848.000 | € -373.000 | € 340.000 |
Rijksbijdragen
Onder de rijksbijdragen zijn naast de bijdragen van het Rijk de baten voor de lichte en zware zorg verantwoord. Deze baten worden ontvangen vanuit het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs.
De afwijking ten opzichte van de begroting van de totale rijksbijdragen is € 2.995.000. De rijksbijdragen zijn fors hoger dan begroot door de bijstelling van de personele bekostiging. De bijstelling is het gevolg van de cao verhoging van 4,75% vanaf 1 juli 2022 en de cao verhoging van 10% vanaf 1 juli 2023 inclusief eenmalige uitkeringen.
De bovenstaande cao bijstellingen waren op het moment van het vaststellen van de begroting nog niet definitief en daarom niet verwerkt.
Personeelslasten
De gerealiseerde personele lasten bedragen in 2023 87,3% van de totale baten. De begroting geeft een verhouding van 85,1% weer, de realisatie 2022 was 83,8%. In totaal zijn de personele lasten € 3.304.000 hoger dan begroot. De kosten voor lonen en salarissen bedroegen in werkelijkheid ruim € 2.430.000 meer dan was geraamd voor 2023. Door de diverse cao-akkoorden, zoals beschreven bij de rijksbijdragen, zijn de lonen en salarissen gestegen.
De gemiddelde inzet van fte’s in 2023 is gestegen tegen opzichte van 2022. Deze stijging is met name zichtbaar in het schooljaar 2022-2023. De stijging ten opzichte van 2022 komt mede door het Nationaal Programma Onderwijs (NPO), groei van leerlingen van een aantal scholen en de kosten voor vervangingen. In de gemiddelde inzet zijn de fte’s voor duurzame inzetbaarheid, ouderschapsverlof, vervangingen en zieke medewerkers opgenomen. Dat betekent dus dat onderstaande fte’s niet de effectieve inzet aan fte’s betekent.
| 2023 | 2022 | |
| Directie | 13 | 14 |
| Onderwijzend personeel | 229 | 224 |
| Onderwijsondersteunend personeel | 99 | 89 |
| Totaal fte's | 341 | 327 |
Overige personele lasten
De overige personele lasten zijn € 875.000 hoger dan begroot. Hiervoor zijn meerdere verklaringen te geven. Zo zijn er twee nieuwe voorzieningen, samen € 265.000 gevormd in 2023 waarvoor geen bedrag was begroot. Daarnaast was een extra dotatie nodig voor de voorziening jubilea. De inhuur van interim personeel is € 221.000 hoger dan begroot. Dit komt mede door de twee CAO-verhogingen die in de schoonmaakbranche zijn doorgevoerd in 2023 en door de verlengde inhuur van de interim-directeur en van de interim-bestuurder. De kosten voor professionalisering, kosten voor werving en selectie, bedrijfsgezondheidsdienst en de overige personele lasten verklaren samen een overschrijding van ruim € 316.000.
Kosten professionalisering
Deze kosten bedroegen over 2023 afgerond € 460.000 (2022: € 379.000). Mede door de bijzondere bekostiging professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders is geïnvesteerd in scholing. Verder is geïnvesteerd in een implementatietraject op het vso voor jong leren en werken en is Edux ingezet voor een traject voor leermonitoren en voor ondersteuning van een aantal managementteams.
Beleid inzake beheersing van uitkeringen na ontslag
Alle voornemens tot ontslag worden van tevoren uitgebreid (intern en extern) juridisch gecheckt op rechtmatigheid. Veldvest maakt daarbij gebruik van de deskundigheid van een arbeidsjurist, gespecialiseerd in de sector onderwijs.
Afschrijvingslasten
De afschrijvingslasten zijn € 75.000 lager dan begroot en € 9.000 lager dan in 2022. De activa die in 2023 buiten gebruik is gesteld, zorgen voor een extra afschrijvingslast van bijna € 42.000.
Huisvestingslasten
De huisvestingsratio bedraagt 0,05. De Inspectie van het Onderwijs hanteert deze signaleringswaarde van >0,10 niet meer. De totale huisvestinglasten zijn € 182.000 hoger dan begroot en € 255.000 hoger dan de lasten in 2022.
De kosten voor energie en gas zijn bijna € 51.000 hoger dan begroot. Het is een landelijke trend dat de kosten voor energie en gas het afgelopen jaar sterk zijn gestegen. In 2023 zijn geen compensatiemaatregelen vanuit de overheid ontvangen. De verwachting is dat de kosten voor energie in 2024 gaan stijgen. De energieleverancier DVEP heeft het contract per 31-12-2023 ontbonden. ENGIE is vanuit het aanbestedingscollectief de nieuwe leverancier. Voor 2024-2025 komt een gedeelde compensatieregeling vanuit DVEP voor het ontbinden van het contract en het daardoor vervallen van gunstigere tarieven.
Overige lasten
De totale overige lasten zijn € 145.000 hoger dan de begroting. Door het vertrek van collega’s op het stafbureau wordt op tijdelijke basis externe deskundigheid ingehuurd. Daarnaast is een extern onderzoek uitgevoerd voor het (v)so en is een andere begrotings-en rapportagemodule geïmplementeerd.
Allocatiemiddelen
De personele bekostiging regulier en het budget personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt op basis van de telling T en de gemiddelde gewogen leeftijd van Veldvest toegewezen aan de scholen. De overige subsidies vanuit het Ministerie worden rechtstreeks aan de scholen toegewezen.
De bijdragen door de scholen aan bovenschools/collectief geschiedt op basis van de rijksvergoeding van de school afgezet tegen de totale rijksvergoeding van Veldvest op basis van de telling T. De hoogte van het collectieve component wordt vastgesteld tijdens het begrotingsproces.
De bijdragen vanuit de scholen worden ingezet voor onder andere dotatie voorziening groot onderhoud, professionalisering, salariskosten stafbureau en college van bestuur, bedrijfsgezondheidszorg, verzekeringen, administratiekantoor en deskundigenadvies.
De allocatiesystematiek wordt in 2024 herzien en aangesloten bij de vereenvoudiging bekostiging.
Onderwijsachterstanden
Vanaf het schooljaar 2019-2020 ontvangen de scholen de middelen voor onderwijsachterstanden op basis van de achterstandsscores van het CBS. Voorheen werden deze middelen bepaald op basis van de gewichten van leerlingen. Binnen Veldvest zijn er 3 scholen die, op basis van deze regeling, recht hebben op deze middelen. De organisatie van de scholen is hierop ingericht. Dit betreft grotendeels extra ondersteuning in de klassen.
Treasury
In 2020 is het treasurystatuut van Veldvest geactualiseerd en vastgesteld door de raad van toezicht. Het treasurybeleid is ondergeschikt en dienend aan de primaire doelstelling van Veldvest, het geven van onderwijs.
Met het oog op het afdekken van financiële risico’s en het financieren van geplande investeringen worden reserves en voorzieningen opgebouwd.
De liquide middelen staan op spaarrekeningen en lopende rekeningen. Het beleid van Veldvest over het beleggen en belenen van overtollige publieke middelen in 2023, conform de richtlijnen van de Rijksoverheid, is uitermate risicomijdend geweest.
In het kasstroomoverzicht is af te lezen dat het saldo van de liquide middelen met € 1.348.000 is gedaald. Dit komt mede door de aankoop van het stafbureau en de diverse extra investeringen. Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode.
Veldvest overweegt om in 2024 over te stappen naar schatkistbankieren.
| Kasstroomoverzicht | 2023 | 2022 | |||
| Kasstroom uit operationele activiteiten | |||||
| Saldo Baten en Lasten | € -881.000 | € 367.000 | |||
| Aanpassingen voor: | |||||
| Afschrijvingen | € 874.000 | € 887.000 | |||
| Mutaties voorzieningen | € -303.000 | € 117.000 | |||
| Veranderingen in vlottende middelen: | |||||
| Vorderingen | € -330.000 | € 1.244.000 | |||
| Schulden | € 795.000 | € 450.000 | |||
| Totale kasstroom uit bedrijfsoperaties | € 155.000 | € 3.065.000 | |||
| Ontvangen interest | € 36.000 | - |
|||
| Betaalde interest | € -3.000 | € -26.000 | |||
| € 33.000 | € -26.000 | ||||
| Totaal kasstroom uit operationele activiteiten | € 188.000 | € 3.039.000 | |||
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | |||||
| Investeringen in materiële vaste activa | € -1.579.000 | € -1.433.000 | |||
| Desinvesteringen in materiële vaste activa | € 42.000 | € 38.000 | |||
| Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten | € -1.537.000 | € -1.395.000 | |||
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | - | - | |||
| Mutatie liquide middelen | € -1.349.000 | € 1.644.000 | |||
| Beginstand liquide middelen | € 6.802.000 | € 5.158.000 | |||
| Mutatie liquide middelen | € -1.349.000 | € 1.644.000 | |||
| Eindstand liquide middelen | € 5.453.000 | € 6.802.000 | |||
Huisvesting
Veldvest heeft 16 scholen met een brin, die gehuisvest zijn in de gemeente Veldhoven en gemeente Eersel. De feitelijke situatie van de gehuisveste scholen in 2023 is als volgt:
Gemeente Veldhoven
Overzicht in gemeente Veldhoven gehuisveste scholen:
| MFA Noord | SO-afdeling Prins Willem Alexander School |
| MFA Midden | BS. EigenWijs SBO De Verrekijker |
| MFA Zuid | BS. Op Dreef |
| Kempen Campus | VSO-afdeling Prins Willem Alexander School |
| Overige scholen | BS. Sint Jan Baptist BS. De Berckacker BS. De Heiacker BS. aan ‘t Heike BS. Zeelsterhof BS. De Rank BS. De Brembocht BS. De Brembocht - Huysackers BS. De Meerhoef |
Gemeente Eersel
Overzicht in gemeente Eersel gehuisveste scholen:
| MFA De Rosdoek in Wintelre | BS. De Disselboom |
| MFA Knegsel in Knegsel | BS. Meester Gijbels |
| Overige scholen | BS. Sinte Lucij in Steensel BS. St. Lambertus in Vessem |
De gemeente Veldhoven is zowel economisch als juridisch eigenaar van de Veldvestscholen in Veldhoven. Voor de gemeente Eersel geldt dat alleen voor de MFA’s in Wintelre en Knegsel.
Eind 2020 heeft bs. De Brembocht, locatie Huysackers de tijdelijke huisvesting in de wijk Zilverackers-Huysackers in gebruik genomen. In 2021 is het traject gestart tot realisatie van een nieuw schoolgebouw, samen met andere partners, dat in het april 2024 in gebruik wordt genomen.
In februari 2020 is in de besluitvormende raadsvergadering van de gemeente Veldhoven door een unaniem aangenomen amendement het Integraal Huisvestingsplan (IHP) gewijzigd en vastgesteld. In november 2020 is het temporiseringsvoorstel door een collegebesluit vastgesteld. Hierdoor zijn de renovaties voor de bassischolen aan ’t Heike, De Meerhoef en Zeelsterhof met drie jaar uitgesteld. In 2023 is gestart met de voorbereidingen voor de gebouwelijke aanpassingen van bs. De Meerhoef met een verwachte realisatie in 2025. Begin 2024 is gestart met de actualiatie van het IHP binnen de gemeente Veldhoven. Na een forse vertraging is in 2024 ook het traject voor het actualiseren van het IHP binnen de gemeente Eersel opgepakt. Beide trajecten hebben als doel om voor de zomer van 2024 een bijgesteld IHP te hebben.
Door een aantal tekortkomingen in het huidige huisvestingsstelsel onderwijs wordt publiek geld op dit moment inefficiënt ingezet voor onderwijshuisvesting. Daarnaast komt de sector structureel geld tekort voor goede onderwijshuisvesting. In de klimaatwet is verduurzaming van maatschappelijk vastgoed verankerd. Dit komt niet van de grond, terwijl de energiekosten blijven stijgen. Veldvest heeft aandacht voor het verduurzamen van de schoolgebouwen. Hiervoor worden de natuurlijke vervangingsmomenten gebruikt om, waar mogelijk, te kunnen verduurzamen. Bij basisschool De Heiacker en De Rank is (gedeeltelijk) het dak vervangen waarbij de isolatiewaarde is verhoogd. Bij een aantal scholen heeft Veldvest te maken met de energiebesparingsplicht. Dat houdt in dat energiebesparende maatregelen (met een terugverdientijd van maximaal 5 jaar) uitgevoerd moeten worden. Aan deze verplichting voldoet Veldvest.
Veldvest heeft als doel gesteld dat alle schoollocaties minimaal moeten voldoen aan de eis Frisse scholen klasse B (Binnen Klasse B conform PvE Frisse scholen 2015). Hiervoor zijn aanpassingen nodig geweest in de verschillende schoolgebouwen. Vanaf 2023 is voor Veldvest mogelijk zijn om via slimme meters en CO-2 meters de diverse waarden te kunnen monitoren zodat waar nodig kan worden bijgestuurd.
Continuïteitsparagraaf
Het doel en ook de kracht van de continuïteitparagraaf ligt in de discussie die de instelling intern voert over de verwachte effecten van het geformuleerde beleid in de komende jaren. Het is daarbij uiteraard denkbaar, dat de realisatie in de toekomst in meer of mindere mate afwijkt van de informatie in de continuïteitparagraaf. De onzekerheid, die inherent is aan het calculeren van toekomstige baten en lasten, vraagt om het nodige voorbehoud en ook de gang van zaken in de praktijk kan aanleiding geven tot latere aanpassing van hetgeen eerder is voorzien. Deze paragraaf vormt al enkele jaren de inleiding van de continuïteitsparagraaf in het jaarverslag. Maar de inhoud is eerder niet zo actueel geweest als nu. Gezien de maatschappelijke ontwikkelingen, zowel in de wereld, Europa, Nederland en zelfs de gemeente Veldhoven en Eersel wordt het nodige voorbehoud continu gemaakt en afgewogen.
Meerjarenbegroting
In het voorjaar van 2023 is de meerjarenbegroting over de schooljaren 2023-2024 tot en met 2026-2027 geactualiseerd. In de in deze paragraaf opgenomen meerjarenbegroting zijn de schooljaren herleid naar kalenderjaren. Deze meerjarenbegroting was een indicatieve schets van het nog te concipiëren meerjaren strategisch beleidsplan. Vooruitlopend daarop is een aantal eerder geformuleerde speerpunten geëxtrapoleerd in de meerjarenbegroting. Het betreft met name het blijven investeren in de kwaliteit van het onderwijs en continuïteit van de Veldvest organisatie en aansluiting bij de strategische agenda van de scholen en de besteding van de NPO-gelden.
Tijdens het opstellen van deze continuïteitsparagraaf is de begroting voor het schooljaar 2024-2025 onderhanden. Hierin worden de actuele gegevens en inventarisaties van onder andere leerlingprognose, personele inzet, nog te besteden NPO gelden, investeringen in activa, groot onderhoud, prijsstijgingen en internationalisering opgenomen. De voornoemde onderwerpen zijn (in)direct verankerd in het meerjaren strategisch beleidsplan. De vaststelling van deze begroting vindt plaats in juni 2024. In het najaar van 2024 wordt gestart met de meerjarenbegroting, op kalenderjaren, voor de jaren 2025 tot en met 2028.
De basis voor een groot aantal berekeningen van de bekostiging in de meerjarenbegroting en het meerjaren formatieplan wordt gevormd door de prognose van het aantal leerlingen voor de komende jaren. Deze ramingen zijn in april 2023 aangeleverd door de directies van de scholen.
In onderstaande overzicht worden de leerlingaantallen weergegeven zoals die in de meerjarenbegroting geprognotiseerd zijn op peildatum 1 april 2023 en ter vergelijking op peildatum 1 april 2022. De leerlingprognoses zijn met voorzichtigheid opgesteld, waarbij de prognose van de nieuwste locatie bs. De Brembocht | Huysackers de op dat moment ingeschreven leerlingen heeft vastgehouden. Het is nog niet te voorspellen hoe de groei van het aantal leerlingen op deze locatie zal verlopen. Daarnaast zijn de ontwikkelingen die samengaan met de schaalsprong in de Brainportregio nog niet verwerkt. De gemeentes komen in 2024 met nieuwe rapporten van de leerlingprognoses, die logischerwijs een gevolg zijn van het aantal nog te bouwen woningen.
| 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
| 1 april 2022 | 3417 |
3461 |
3413 | 3479 | 3475 | 3482 |
| 1 april 2023 | 3417 | 3461 | 3413 | 3513 | 3508 | 3486 |
Nationaal Programma Onderwijs (NPO)
In februari 2021 werd duidelijk dat het kabinet in totaal 8,5 miljard investeert in het onderwijs en specifiek 5,8 miljard in het funderend onderwijs, het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Het NPO is gericht op herstel en ontwikkeling van het onderwijs, op het inhalen én compenseren van vertraging, en op het ondersteunen van iedereen in het onderwijs die het moeilijk heeft.
De scholen hebben bij aanvang een ‘schoolscan’ uitgevoerd waarin, in samenspraak met de medezeggenschapsraad, de benodigde interventies beschreven zijn. De afgelopen jaren is zoveel als mogelijk ingezet om de doelen te behalen. Een negatief effect van de NPO gelden is de carrousel op de arbeidsmarkt, dit samen met de al aanwezige lerarentekort heeft gezorgd voor het meer inzetten van onderwijsassistenten. In 2023 is bijna € 770.000 ingezet aan personele kosten in loondienst. De extra kosten voor vervangingen zijn niet in dit bedrag opgenomen. Daarnaast is € 27.000 uitgegeven aan het inhuur van personeel, zo’n 2,5% van de ontvangen NPO baten in 2023.
| Realisatie 2023 | Begroting 2024 | Begroting 2025 | Begroting 2026 | |
| Activa | ||||
| Materiële vaste activa | € 6.171.000 | € 5.551.000 | € 5.193.000 | € 4.639.000 |
| Vorderingen | € 827.000 | € 554.000 | € 554.000 | € 554.000 |
| Liquide middelen | € 5.454.000 | € 4.767.000 | € 4.310.000 | € 4.498.000 |
| Totaal activa | € 12.452.000 | € 10.872.000 | € 10.057.000 | € 9.691.000 |
| Passiva | ||||
| Eigen vermogen | ||||
| Algemene reserve | € 4.562.000 | € 3.627.000 | € 3.376.000 | € 3.541.000 |
| Bestemmingsreserves | € 2.336.000 | € 1.717.000 | € 1.543.000 | € 1.408.000 |
| Voorzieningen | € 1.807.000 | € 1.772.000 | € 1.366.000 | € 969.000 |
| Kortlopende schulden | € 3.747.000 | € 3.756.000 | € 3.772.000 | € 3.773.000 |
| Totaal passiva | € 12.452.000 | € 10.872.000 | € 10.057.000 | € 9.691.000 |
In de meerjarenbalans zijn de gerealiseerde cijfers over 2023 verwerkt en de begrote cijfers over de jaren 2024, 2025 en 2026. Doordat de meerjarenbegroting is opgesteld in juni 2023 en is opgesteld op basis van schooljaren sluiten de saldi van het eigen vermogen en liquide middelen per eind 2023 en begin 2024 niet op elkaar aan. In het najaar van 2024 wordt de meerjarenbegroting opgesteld op basis van kalenderjaren in plaats van schooljaren.
De investeringsbegroting is verwerkt in de meerjarenbegroting. De jaarlijkse investeringen en afschrijvingen hebben invloed op de materiële vaste activa.
De wijzigingen in het eigen vermogen worden veroorzaakt door de exploitatiesaldi van de verschillende jaren. Mutaties in de voorzieningen vinden plaats door stortingen en onttrekkingen. De stortingen komen ten laste van de exploitatierekening van het betreffende jaar. Onttrekkingen worden rechtstreeks ten laste van de voorzieningen geboekt. De onttrekkingen hebben betrekking op gepland onderhoud volgens de diverse meerjaren onderhoudsplanningen. Er is nog geen rekening gehouden met de toekomstige verplichte wijze van het verwerken van de voorziening onderhoud.
| Realisatie 2023 | Begroting 2024 | Begroting 2025 | Begroting 2026 | |
| Baten | ||||
| Rijksbijdragen ministerie OCW | € 32.962.000 | € 31.006.000 | € 31.003.000 | € 30.924.000 |
| Overige overheidsbijdragen | € 49.000 | € 12.000 | € 12.000 | € 12.000 |
| Overige baten | € 184.000 | € 81.000 | € 53.000 | € 54.000 |
| Totaal baten | € 33.195.000 | € 31.099.000 | € 31.068.000 | € 30.990.000 |
| Lasten | ||||
| Personeelslasten | € 28.979.000 | € 26.814.000 | € 26.380.000 | € 25.978.000 |
| Afschrijvingen | € 915.000 | € 1.071.000 | € 1.049.000 | € 1.014.000 |
| Huisvestingslasten | € 1.803.000 | € 1.694.000 | € 1.649.000 | € 1.649.000 |
| Overige lasten | € 2.379.000 | € 2.407.000 | € 2.325.000 | € 2.264.000 |
| Totaal lasten | € 34.076.000 | € 31.986.000 | € 31.403.000 | € 30.905.000 |
| Financiële baten en lasten | € 33.000 | - | - | - |
| Resultaat | € -848.000 | € -887.000 | € -335.000 | € 85.000 |
Vanaf 2023 is de vereenvoudiging bekostiging van toepassing. Deze bekostiging gaat uit van de bekostiging per kalenderjaar en niet meer per schooljaar, met een overgangsregeling tot en met 2025. Door de aanpassing van de bekostigingssystematiek is de teldatum verschoven van 1 oktober naar 1 februari voorafgaand aan het bekostigingsjaar. De afzonderlijke scholen krijgen de bekostiging toegewezen op basis van het aantal leerlingen in het betreffende schooljaar. Bij een groei van het aantal leerlingen betekent dit dat Veldvest de lasten voorfinanciert. Deze systematiek, de allocatie van middelen, wordt geactualiseerd in 2024.
Er is rekening gehouden met uitstroom van personeel op basis van de wettelijke AOW-leeftijd of indien bekend eerder. De begrote salariskosten zijn gebaseerd op het aantal benodigde fpe’s (formatieplaatseenheid). In onderstaande grafiek is de totale inzet in fte’s, inclusief de verwachte inzet ten laste van het intern vervangingsfonds, duurzame inzetbaarheid en ouderschapsverlof, voor de komende jaren weergegeven.
| 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | |
| OP | 229 | 220 | 218 | 213 |
| OOP | 99 |
92 | 91 |
89 |
| Directie | 14 |
14 | 14 | 14 |
| Totaal | 342 | 326 | 323 | 316 |
Ontwikkelingen verbonden partijen
Er zijn op dit moment geen bijzondere ontwikkelingen met de verbonden partij Stichting Samenwerkingsverband PO De Kempen of Stichting Regionaal Samenwerkingsverband PVO Eindhoven en Kempenland.
Meerjaren kasstroomoverzicht
| Realisatie 2023 | Begroting 2024 | Begroting 2025 | Begroting 2026 | |
| Kasstroom uit operationele activiteiten | ||||
| Saldo baten en lasten | € -881.000 | € -887.000 | € -334.000 | € 85.000 |
| Aanpassingen voor afschrijvingen | € 874.000 | € 1.071.000 | € 1.049.000 | € 1.014.000 |
| Aanpassingen voor voorzieningen | € -303.000 | € -310.000 | € -411.000 | € -385.000 |
| Veranderingen in vlottende middelen | € 465.000 | - | - | - |
| Totaal | € 155.000 | € -126.000 | € 304.000 | € 714.000 |
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | ||||
| Investeringen materiële vaste activa | € -1.579.000 | € -768.000 | € -635.000 | € -457.000 |
| Desinvesteringen immateriële vaste activa | € 42.000 | - | - | - |
| Totaal | € -1.537.000 | € -768.000 | € -635.000 | € -457.000 |
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | € 33.000 | - | - | - |
| Saldo liquide middelen 31 december T-1 | € 6.802.000 | € 5.453.000 | € 4.559.000 | € 4.228.000 |
| Mutatie Liquide middelen | € -1.349.000 | € -894.000 | € -331.000 | € 257.000 |
| Eindsaldo liquide middelen | € 5.453.000 | € 4.559.000 | € 4.228.000 | € 4.485.000 |
In het meerjarig kasstroomoverzicht is uitgegaan van de gerealiseerde cijfers over 2023 en de begrote cijfers over de jaren 2024, 2025 en 2026.
Meerjaren investeringsbegroting
De raming van de investeringen is gebaseerd op de input ontvangen van de schooldirecties in de periode maart tot en met mei 2023. Door de coronacrisis en de daaraan gerelateerde sluitingen van scholen is eerder extra geïnvesteerd in hardware voor de leerlingen, maar ook voor medewerkers. De vervanging van deze hardware is opgenomen in de investeringsbegroting. In werkelijkheid is het mogelijk dat de technische afschrijvingsduur langer is dan de economische, waardoor het investeringsmoment met bijbehorende afschrijvingskosten wordt doorgeschoven. De aanvullende investeringen in de nieuwe school zijn hier nog niet in opgenomen.
Onderstaand overzicht geeft een indicatie van de opgenomen investeringen per schooljaar. Op basis van deze investeringen zijn de afschrijvingskosten berekend.
| Omschrijving | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 |
| Leermiddelen | € 244.000 | € 255.000 | € 128.000 | € 97.000 |
| ICT | € 132.000 | € 94.000 | € 101.000 | € 80.000 |
| Digiborden | € 51.000 | € 189.000 | € 139.000 | € 19.000 |
| Meubilair | € 157.000 | € 133.000 | € 8.000 | € 4.000 |
| Gebouw(inrichting), speelterrein | € 559.000 | € 29.000 | - |
- |
| Overige investeringen | € 437.000 | € 686.000 | € 325.000 | € 262.000 |
| Totaal | € 1.580.000 | € 1.386.000 | € 701.000 | € 462.000 |
Risicoparagraaf
Rapportage aanwezigheid en werking van het interne risicobeheersings- en controlesysteem
Door de inrichting van beleidsgroepen worden onder andere risico’s over de kwaliteit van het onderwijs en het integraal personeelsbeleid in beeld gebracht en worden waar nodig adequate maatregelen genomen. Financiële rapportages worden drie keer per jaar uitgebracht. De planning en control cyclus is gebaseerd op schooljaar, niet op kalenderjaar. In 2024 wordt de planning en control cylcus herzien en de financiële cyclus gebaseerd op kalenderjaren.
Bij het verkennen van mogelijke scenario’s is het gewenst een aantal begripsomschrijvingen nader te duiden, daarna zijn de scenario’s beschreven. Zoals eerder beschreven wordt in 2024 de risicoanalyse herzien. De actuele en regionale thema’s worden verder geduid en gekwantificeerd. Hierbij valt te denken aan de schaalsprong, nieuwkomersonderwijs, ziekteverzuim, personeelsbeleid en inkoopbeleid.
| Omgevingsverkenning | Het inventariseren van ontwikkelingen, gebeurtenissen, trends, tegentrends en trendbreuken, waarop de organisatie zelf niet of nauwelijks direct invloed kan uitoefenen, maar die wel van invloed zijn op die organisatie. |
| Scenario's | De vertaling van de uitkomsten uit de omgevingsverkenning in toekomstbeelden. Het gaat om een toekomstige omgeving, waarin de organisatie terecht zou kunnen komen, maar waarop ze geen direct invloed heeft. In een scenario staat alleen die uitkomst centraal, en gaat het dus niet om het vinden van manieren waarop de organisatie op een dergelijke toekomst kan reageren. |
| Optie | Een optie beschrijft een mogelijke reactie van de organisatie op toekomstige omstandigheden. Wat zijn eigenlijk de mogelijkheden om succesvol op de een toekomstige omgeving te anticiperen of te reageren? |
| Routekaart | De routekaart geeft kort aan waar de organisatie op dit moment staat, waar ze in de toekomst heen wil (visie) en wat er moet gebeuren om daar te komen, gelet op scenario's en opties. De routekaart gaat in op wie, wat, wanneer en hoe en geeft richting aan het concrete handelen. |
| Omgevingsverkenning | Scenario | Risico/kans | Opties/maatregelen | Routekaart |
| Verduurzaming | Onduidelijkheid waar de verantwoordelijkheden liggen | Hoge kosten met lange terugverdientijd. | Consequenties dekken uit de bestemmingsreserve verduurzaming | Wie: Huisvesting en FZ Wanneer: continu Hoe: IHP, jaarplannen |
| Toekomst Passend Onderwijs | Aanpassen systeem Passend Onderwijs | Negatieve financiële consequenties van aangepaste wet- en regelgeving Kwaliteit van het onderwijs |
Consequenties dekken uit de bestemmingsreserve passend onderwijs. / In stand houden van het Veldvest beleid | Wie : BPO en FZ Wanneer: continu Wie: BPO |
| Knelpunten onderwijshuisvesting | Huisvestingsdossiers Veldvest | Onduidelijke en onvolledige wet- en regelgeving Onduidelijkheid verloop IHP gemeente Veldhoven en Eersel |
Wie: Huisvesting | |
| Voorziening groot onderhoud | Nadelinge gevolgen verwerking kosten groot onderhoud | Stelselwijziging eigen vermogen toevoegen aan de voorziening wat gevolgen heeft voor de vermogensvisie. | Effecten verwerken in de meerjarenbegroting vanaf 2024. Uitwerken vermogensvisie en risicoanalyse actualiseren. | Wie: allen |
| Onvoorspelbare overheid | Verhouding personele lasten/totale baten hoger dan 85% doordat bekostiging niet volledig is of achterblijft Niet tijdig publiceren van de normen Vereenvoudiging bekostiging |
Onduidelijkheid over of onvolledige indexatie van de bekostiging Voorzichtig begroten Prognoticeren op 1 februari: voorzichtig begroten leerlingaantallen |
Aanhouden bufferliquiditeit/ aanwenden bestemmingsreserves Afwijking bekostiging ten opzichte van de begroting Anticiperen in FPE norm, overgangsregeling. Tijd nemen om regeling goed te implementeren en negatieve gevolgen dekken uit bestemmingsreserve |
Wie: M&O-FZ Wanneer: continu |
| Ontwikkeling aantal leerlingen | Het aantal leerlingen is lager dan de prognose. | Adequte prognoses mede gebaseerd op geboortecijfers. Aanwenden bufferliquiditeit. | Wie: M&O-FZ Wanneer: continu | |
| Groeibekostiging | Groeibekostiging blijkt anders dan begroot | Maandelijks monitoren | Wie: M&O-FZ Wanneer: continu |
|
| Pandemie zoals de coronacrisis | Onduidelijkheid crisis en bijbehorende maatregelen | Kwaliteitsrisico Inzet vervangingen |
Aanwenden bufferliquiditeit | Wie: allen Wanneer: continu |
| Cyberrisico’s | Datalekken | Reputatieschade Continuïteit primaire proces en bedrijfsvoering |
Aanstellen functionaris gegevensbescherming Bewustwording medewerkers Betrouwbare back-up procedure |
Wie: allen Wanneer: continu |
| Prijsstijgingen | Onvoorziene of (te) hoge prijsstijgingen | Overschrijden begroting. | Aanspreken financiële buffers/reserves | Wie: FZ |
